Level: A2
Time allowed: 15–20 minutes
Format: This exam has 4 speaking tasks. For AI practice, read each task aloud and record yourself, or type your answer and compare it to the model answer.
Note for AI practice: Paste the task description into your AI tool and ask it to respond as the examiner, then speak your answer. Or type your spoken answer and ask the AI to evaluate it for A2 level.
Taak 1 – Jezelf voorstellen (Introduce Yourself)
Opdracht: Stel jezelf voor. Vertel wie je bent, waar je woont, wat je doet voor werk, en wat je hobby’s zijn. Vertel ook iets over je gezin.
Spreek minimaal 8–10 zinnen.
✅ Voorbeeldantwoord:
Mijn naam is Violetta. Ik ben 44 jaar oud. Ik kom oorspronkelijk uit Rusland, maar ik woon nu al een paar jaar in Nederland. Ik woon in Sterksel, een klein dorpje in Noord-Brabant.
Ik ben getrouwd met een Nederlandse man. Samen hebben wij twee dochters. Wij wonen gezellig samen in ons huis in Sterksel.
Voor mijn werk ben ik ondernemer. Ik heb mijn eigen bedrijf — een startup. Ik werk veel met technologie en kunstmatige intelligentie, wat ik heel interessant vind.
In mijn vrije tijd hou ik van zwemmen en sporten. Ik eet ook graag gezond. Soms schrijf ik artikelen over technologie. Ik vind leren en groeien heel belangrijk.
Beoordelingspunten:
- ✔ Naam, leeftijd, afkomst, woonplaats
- ✔ Gezinssituatie
- ✔ Werk beschreven
- ✔ Hobby’s en interesses
- ✔ Begrijpelijk uitgesproken, ook met kleine fouten
Taak 2 – Een afbeelding beschrijven (Describe a Picture)
Opdracht: Kijk naar de afbeelding en beschrijf wat je ziet. Vertel: wie er is, wat de persoon doet, waar het is, en hoe je denkt dat de persoon zich voelt.
Spreek minimaal 6 zinnen.
🖼️ Afbeelding voor deze taak

✅ Voorbeeldantwoord:
Op de foto zie ik een vrouw. Ze zit aan een bureau. Ze werkt op een laptop. Ze ziet er geconcentreerd uit — ik denk dat ze hard aan het werk is.
Op het bureau staat een kopje koffie en er ligt een notitieboek. Er staat ook een kleine plant. Achter haar zie ik een raam met een mooi uitzicht op een groen landschap.
De kamer is netjes en rustig. Ik denk dat de vrouw thuis werkt. Ze voelt zich waarschijnlijk prettig in deze omgeving.
Beoordelingspunten:
- ✔ Beschrijft wat er te zien is
- ✔ Beschrijft de persoon en haar actie
- ✔ Locatie beschreven
- ✔ Emotie/gevoel van de persoon benoemd
- ✔ Minimaal 6 zinnen
Taak 3 – Een gesprek voeren (Have a Conversation)
Opdracht: De examinator speelt een rol. Lees de situatie en reageer op de vragen.
Situatie: Je bent bij een sportschool en je wilt je inschrijven. De medewerker stelt je vragen.
Examinator zegt: “Goedemiddag! Kan ik u helpen?”
✅ Voorbeeldantwoord:
“Ja, goedemiddag. Ik wil me graag inschrijven voor de sportschool.”
Examinator zegt: “Wat voor sport wilt u doen?”
✅ Voorbeeldantwoord:
“Ik wil graag zwemmen en ook fitness doen. Ik sport al een tijdje en ik wil graag doorgaan.”
Examinator zegt: “Hoe vaak wilt u komen?”
✅ Voorbeeldantwoord:
“Ik wil drie keer per week komen. Liefst ‘s ochtends, voor mijn werkdag begint.”
Examinator zegt: “Heeft u al een abonnement gehad bij een andere sportschool?”
✅ Voorbeeldantwoord:
“Ja, ik had vroeger een abonnement in Rusland. Hier in Nederland ben ik nog nieuw. Maar ik sport al veel jaren.”
Examinator zegt: “Het abonnement kost €35 per maand. Is dat goed?”
✅ Voorbeeldantwoord:
“Dat is prima. Kan ik betalen met een automatische incasso?”
Beoordelingspunten:
- ✔ Reageert passend op elke vraag
- ✔ Geeft relevante, logische antwoorden
- ✔ Gebruikt basale beleefdheidstaal
- ✔ Begrijpelijk, ook als er fouten zijn
Taak 4 – Een situatie beschrijven (Describe a Situation)
Opdracht: Kijk naar de afbeelding en beschrijf de situatie. Stel je voor dat dit jouw buurt is. Vertel wat er aan de hand is en wat je zou doen.
🖼️ Afbeelding voor deze taak

✅ Voorbeeldantwoord:
Op de foto zie ik een straat in een Nederlands dorp. Het regent. Een vrouw staat voor een apotheek. Ze heeft een paraplu. Naast haar staat een kind — ik denk haar dochter.
Er staat een fiets naast hen geparkeerd. De straat is rustig. Ik zie ook een bakkerij en een kleine supermarkt.
Als dit mijn buurt was, zou ik naar de apotheek gaan voor medicijnen voor mijn kind. Daarna zou ik snel naar huis fietsen, want het regent. Ik zou misschien ook nog brood halen bij de bakkerij.
Beoordelingspunten:
- ✔ Beschrijft de situatie duidelijk
- ✔ Koppelt situatie aan eigen leven
- ✔ Gebruikt werkwoorden correct (bijv. zien, staan, fietsen)
- ✔ Gebruikt “zou” voor hypothetische situaties (bonus voor A2+)
Scoreoverzicht / Score Overview
| Taak | Omschrijving | Max. score |
|---|---|---|
| Taak 1 | Jezelf voorstellen | 10 punten |
| Taak 2 | Afbeelding beschrijven | 10 punten |
| Taak 3 | Gesprek voeren | 10 punten |
| Taak 4 | Situatie beschrijven | 10 punten |
| Totaal | 40 punten |
Geslaagd: 26 punten of meer (65%)
Beoordelingscriteria:
- Verstaanbaarheid – Kun je worden begrepen?
- Vloeiendheid – Spreek je zonder te veel pauzes?
- Woordenschat – Gebruik je passende woorden?
- Grammatica – Zijn de zinnen begrijpelijk, ook als er fouten zijn?
- Taakuitvoering – Heb je de taak volledig uitgevoerd?

