Mock Exam 5: Knowledge of Dutch Society (KNM) – A2 Level | FREE Inburgering Exam Prep | Learn Dutch With AI

This is a mock exam in Knowledge of Dutch Society for the Dutch Inburgering Exam at A2 Level. Use it with your AI assistant for best results.

Learn Dutch With AI - Mock Exam 5: Knowledge of Dutch Society (KNM) - A2 Level | FREE Inburgering Exam Prep | Learn Dutch With AI |

Level: A2
Time allowed: 45 minutes
Instructions: Choose the best answer for each question. Answers are provided directly after each question.

KNM = Kennis van de Nederlandse Maatschappij (Knowledge of Dutch Society). This exam tests your knowledge of how Dutch society, government, education, healthcare, and daily life work.


Deel 1 – Wonen en dagelijks leven (Housing and Daily Life)

Vraag 1: Je wilt een huis huren in Nederland. Wat moet je normaal betalen als borg (deposit)?

  • A) Eén maand huur
  • B) Zes maanden huur
  • C) Twee maanden huur
  • D) Er is geen borg nodig

Antwoord: C – In Nederland is de borg meestal één of twee maanden huur. Twee maanden is het meest gebruikelijk.


Vraag 2: Wat is een BSN-nummer?

  • A) Een rekeningnummer van de bank
  • B) Een persoonlijk identificatienummer dat iedere inwoner van Nederland heeft
  • C) Een nummer voor de ziektekostenverzekering
  • D) Een rijbewijsnummer

Antwoord: B – Het Burgerservicenummer (BSN) is een uniek nummer voor iedere persoon in Nederland. Je hebt het nodig voor werk, zorg en andere officiële zaken.


Vraag 3: Je bent net in Nederland komen wonen. Wat moet je als eerste doen?

  • A) Een bankrekening openen
  • B) Je inschrijven bij de gemeente
  • C) Een zorgverzekering afsluiten
  • D) Een rijbewijs halen

Antwoord: B – Je moet jezelf inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP) bij de gemeente. Dit is verplicht.


Vraag 4: Wat is de DigiD?

  • A) Een creditcard voor online betalingen
  • B) Een digitale identiteit om in te loggen bij de overheid
  • C) Een app voor belastingaangifte
  • D) Een bankpas voor pinbetalingen

Antwoord: B – DigiD is de digitale identiteit waarmee je kunt inloggen op websites van de overheid, zoals de Belastingdienst of je gemeente.


Vraag 5: Welk afval gaat in de groene bak (GFT-bak)?

  • A) Plastic flessen en blikken
  • B) Papier en karton
  • C) Groente-, fruit- en tuinafval
  • D) Glas

Antwoord: C – GFT staat voor Groente-, Fruit- en Tuinafval. In de groene bak gooi je etensresten en tuinafval.


Deel 2 – Werk en inkomen (Work and Income)

Vraag 6: Wat is het minimumloon in Nederland?

  • A) Een vast bedrag per jaar, gelijk voor iedereen boven 21 jaar
  • B) Hetzelfde voor iedereen, ongeacht de leeftijd
  • C) Het minimumloon verschilt per sector
  • D) Er is geen minimumloon in Nederland

Antwoord: A – Nederland heeft een wettelijk minimumloon. Mensen van 21 jaar en ouder hebben recht op het volledige minimumloon.


Vraag 7: Wat doet het UWV?

  • A) Het UWV geeft rijbewijzen uit
  • B) Het UWV betaalt uitkeringen bij werkloosheid of ziekte
  • C) Het UWV helpt mensen met belastingaangifte
  • D) Het UWV geeft vergunningen aan bedrijven

Antwoord: B – Het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) zorgt voor uitkeringen zoals WW (werkloosheid) en WIA (arbeidsongeschiktheid).


Vraag 8: Wat is een 30%-regeling?

  • A) Een korting op de belasting voor mensen met een laag inkomen
  • B) Een belastingvoordeel voor bepaalde buitenlandse werknemers die naar Nederland komen
  • C) Een regeling voor ZZP’ers (zelfstandigen)
  • D) Een korting op de hypotheekrente

Antwoord: B – De 30%-regeling geeft bepaalde buitenlandse werknemers die in Nederland komen werken een belastingvoordeel. Ze betalen dan over 30% van hun salaris geen belasting.


Vraag 9: Je werkt als zzp’er (zelfstandige). Wat moet je zelf regelen?

  • A) Niets bijzonders, de overheid regelt alles
  • B) Je eigen ziektekostenverzekering, pensioen en belastingaangifte
  • C) Je eigen cao
  • D) Alleen je belastingaangifte

Antwoord: B – Als zzp’er ben je zelf verantwoordelijk voor je zorgverzekering, pensioensparen en belastingaangifte. Er is geen werkgever die dit voor je doet.


Vraag 10: Wat is een arbeidscontract?

  • A) Een document van de gemeente
  • B) Een schriftelijke overeenkomst tussen werknemer en werkgever over werk en salaris
  • C) Een document van de vakbond
  • D) Een contract met de bank

Antwoord: B – Een arbeidscontract is een overeenkomst waarin staat wat je werk is, hoe veel je verdient, hoeveel uur je werkt en andere afspraken.


Deel 3 – Gezondheid en zorg (Health and Healthcare)

Vraag 11: Wat moet je in Nederland verplicht hebben?

  • A) Een auto
  • B) Een zorgverzekering
  • C) Een lidmaatschap van een sportschool
  • D) Een hypotheek

Antwoord: B – Iedereen die in Nederland woont, is verplicht een basisverzekering voor zorgkosten af te sluiten.


Vraag 12: Wat is het eigen risico bij een zorgverzekering?

  • A) Het bedrag dat je betaalt als je naar de huisarts gaat
  • B) Het bedrag dat je zelf betaalt voordat de verzekering de rest vergoedt
  • C) De maandelijkse premie
  • D) Het bedrag dat je terugkrijgt als je niet ziek bent geweest

Antwoord: B – Het eigen risico is het maximale bedrag dat je zelf betaalt per jaar aan zorgkosten. Daarna betaalt de verzekering.


Vraag 13: Je hebt een klacht over je gezondheid. Naar wie ga je als eerste?

  • A) Naar het ziekenhuis
  • B) Naar de apotheek
  • C) Naar de huisarts
  • D) Naar de specialist

Antwoord: C – In Nederland ga je als eerste naar de huisarts (poort naar de zorg). De huisarts verwijst je eventueel door naar een specialist.


Vraag 14: Wat is de GGD?

  • A) Een particuliere zorgverzekeraar
  • B) De overheidsinstelling die werkt aan openbare gezondheidszorg en preventie
  • C) Een ziekenhuis
  • D) Een thuiszorgorganisatie

Antwoord: B – De GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) is een overheidsinstelling die zich bezighoudt met de volksgezondheid, vaccinaties, infectieziektes en preventie.


Vraag 15: Wanneer bel je 112?

  • A) Als je een afspraak wilt maken bij de dokter
  • B) Als je de politie wilt spreken over een klein probleem
  • C) In geval van een levensbedreigende noodsituatie
  • D) Als je vragen hebt voor de gemeente

Antwoord: C – 112 is het alarmnummer voor spoedgevallen: brand, medische noodgevallen of misdrijven waarbij onmiddellijke hulp nodig is.


Deel 4 – Onderwijs en opvoeding (Education and Parenting)

Vraag 16: Vanaf welke leeftijd is onderwijs verplicht in Nederland?

  • A) 4 jaar
  • B) 5 jaar
  • C) 6 jaar
  • D) 7 jaar

Antwoord: B – In Nederland is onderwijs verplicht vanaf 5 jaar (leerplicht). Veel kinderen gaan al vanaf 4 jaar naar de basisschool.


Vraag 17: Wat is de peuterspeelzaal / het kinderdagverblijf?

  • A) Een basisschool voor kinderen van 4 jaar
  • B) Een opvang voor jonge kinderen van 0 tot 4 jaar
  • C) Een naschoolse opvang
  • D) Een sportclub voor kinderen

Antwoord: B – Het kinderdagverblijf (KDV) is voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Ouders die werken kunnen hun kind hier brengen.


Vraag 18: Wat is de BSO?

  • A) Een vorm van voortgezet onderwijs
  • B) Buitenschoolse opvang voor kinderen na school en in de vakanties
  • C) Een school voor kinderen met een beperking
  • D) Een staatsexamen

Antwoord: B – BSO staat voor BuitenSchoolse Opvang. Dit is opvang voor kinderen van de basisschool na schooltijd en tijdens vakanties.


Vraag 19: Na de basisschool gaat een kind naar het voortgezet onderwijs. Welk niveau is het hoogste?

  • A) VMBO
  • B) HAVO
  • C) VWO
  • D) MBO

Antwoord: C – VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs) is het hoogste niveau van het voortgezet onderwijs. Daarna kun je naar de universiteit.


Vraag 20: Wat is de rol van de ouderraad op een basisschool?

  • A) De ouderraad geeft les aan kinderen
  • B) De ouderraad beslist over de lesmethoden
  • C) De ouderraad adviseert de school en helpt bij activiteiten
  • D) De ouderraad stelt de directeur aan

Antwoord: C – De ouderraad is een groep ouders die de school adviseert en helpt bij evenementen. Ze hebben een adviserende rol, geen beslissende.


Deel 5 – Overheid en democratie (Government and Democracy)

Vraag 21: Hoe heet het parlement in Nederland?

  • A) De Senaat
  • B) De Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer)
  • C) De Volksraad
  • D) De Rijksraad

Antwoord: B – Het parlement heet de Staten-Generaal en bestaat uit de Tweede Kamer (150 leden, direct gekozen) en de Eerste Kamer (75 leden).


Vraag 22: Wat doet de gemeente?

  • A) De gemeente maakt wetten voor het hele land
  • B) De gemeente regelt lokale zaken zoals wegen, afval, sociale hulp en vergunningen
  • C) De gemeente int de nationale belastingen
  • D) De gemeente beslist over de nationale politie

Antwoord: B – De gemeente is verantwoordelijk voor lokale voorzieningen en diensten zoals afvalinzameling, vergunningen, parkeerbeleid en sociale hulp.


Vraag 23: Wat is de Tweede Kamer?

  • A) De vergadering van burgemeesters
  • B) De direct gekozen volksvertegenwoordiging die wetten maakt en de regering controleert
  • C) De vergadering van provinciebesturen
  • D) De rechtbank voor nationale zaken

Antwoord: B – De Tweede Kamer bestaat uit 150 gekozen volksvertegenwoordigers. Zij maken wetten en controleren de regering.


Vraag 24: Wanneer moet je belastingaangifte doen in Nederland?

  • A) Elke maand
  • B) Elk kwartaal
  • C) Eén keer per jaar, meestal vóór 1 mei
  • D) Elke twee jaar

Antwoord: C – De belastingaangifte voor de inkomstenbelasting moet eenmaal per jaar worden ingediend, in de meeste gevallen vóór 1 mei.


Vraag 25: Wat is de koning of koningin in Nederland?

  • A) Het hoofd van de politiek
  • B) Het staatshoofd, dat een symbolische en representatieve rol heeft
  • C) De voorzitter van de Tweede Kamer
  • D) De hoogste rechter

Antwoord: B – De koning is staatshoofd maar heeft geen politieke macht. Nederland is een constitutionele monarchie; de politieke macht ligt bij het parlement en de ministers.


Scoreoverzicht / Score Overview

DeelVragenMax. score
Deel 1 – Dagelijks leven1–55 punten
Deel 2 – Werk en inkomen6–105 punten
Deel 3 – Gezondheid11–155 punten
Deel 4 – Onderwijs16–205 punten
Deel 5 – Overheid21–255 punten
Totaal1–2525 punten

Geslaagd: 17 punten of meer (65%)


Studietips voor KNM

  • Lees het boek “Naar Nederland” – het officiële leerboek voor het inburgeringsexamen
  • Kijk naar NOS Nieuws op 3 voor begrijpelijk nieuws in eenvoudig Nederlands
  • Oefen op oefenen.nl of taalmenutotaal.nl
  • Stel vragen aan uw AI-assistent: “Leg uit hoe het Nederlandse zorgstelsel werkt”
  • Bezoek rijksoverheid.nl voor actuele informatie over regels en wetten

Learn Dutch With AI - Mock Exam 5: Knowledge of Dutch Society (KNM) - A2 Level | FREE Inburgering Exam Prep | Learn Dutch With AI |

Violetta Bonenkamp, also known as Mean CEO, is an experienced startup founder with an impressive educational background including an MBA and four other higher education degrees. She has over 20 years of work experience across multiple countries, including 5 years as a solopreneur and serial entrepreneur. Throughout her startup experience she has applied for multiple startup grants at the EU level, in the Netherlands and Malta, and her startups received quite a few of those. She’s been living, studying and working in many countries around the globe and her extensive multicultural experience has influenced her immensely.