Exam Information
Duration: 45 minutes
Total Questions: 40
Pass Score: 24/40 (60%)
Format: Multiple choice (A, B, C)
Language Level: Questions in simple Dutch
Instructions
Read each question carefully and choose the best answer: A, B, or C. You can use the exam questions in Dutch language.
SECTION 1: GEOGRAPHY & PROVINCES (Questions 1-5)
Question 1
Wat is de hoofdstad van Nederland?
- A) Rotterdam
- B) Amsterdam
- C) Den Haag
Question 2
Hoeveel provincies heeft Nederland?
- A) 10
- B) 12
- C) 15
Question 3
Welke zee ligt naast Nederland?
- A) De Middellandse Zee
- B) De Noordzee
- C) De Oostzee
Question 4
Wat is een polder?
- A) Een berg in Nederland
- B) Drooggelegd land dat beschermd wordt tegen water
- C) Een groot meer
Question 5
Welke stad is GEEN provinciehoofdstad?
- A) Eindhoven
- B) Utrecht
- C) Groningen
SECTION 2: DUTCH CULTURE & TRADITIONS (Questions 6-12)
Question 6
Op welke datum vieren Nederlanders Koningsdag?
- A) 27 maart
- B) 27 april
- C) 30 april
Question 7
Wat eten Nederlanders traditioneel op 5 december (Sinterklaas)?
- A) Oliebollen
- B) Pepernoten en chocoladeletters
- C) Paaseitjes
Question 8
Wat is een “borrel” in Nederland?
- A) Een formeel diner
- B) Een informele bijeenkomst met drankjes en snacks
- C) Een zakelijke vergadering
Question 9
Hoe heten de traditionele Nederlandse houten schoenen?
- A) Sandalen
- B) Klompen
- C) Laarzen
Question 10
Waarom zijn fietsen zo belangrijk in Nederland?
- A) Omdat auto’s verboden zijn
- B) Omdat Nederland vlak is en er goede fietspaden zijn
- C) Omdat treinen te duur zijn
Question 11
Wat vier je op Koningsdag?
- A) De onafhankelijkheid van Nederland
- B) De verjaardag van de koning
- C) Het einde van de oorlog
Question 12
Welke bloem is beroemd in Nederland?
- A) De roos
- B) De tulp
- C) De zonnebloem
SECTION 3: GOVERNMENT & POLITICS (Questions 13-18)
Question 13
Hoe heet de koning van Nederland?
- A) Willem-Alexander
- B) Beatrix
- C) Máxima
Question 14
Wie is de minister-president (premier) van Nederland? (vanaf 2024)
- A) Mark Rutte
- B) Dick Schoof
- C) Geert Wilders
Question 15
Waar vergadert de Nederlandse regering?
- A) In Amsterdam
- B) In Den Haag
- C) In Rotterdam
Question 16
Hoe heet het Nederlandse parlement?
- A) De Staten-Generaal
- B) Het Congres
- C) De Senaat
Question 17
Vanaf welke leeftijd mag je stemmen in Nederland?
- A) 16 jaar
- B) 18 jaar
- C) 21 jaar
Question 18
Wat is de Tweede Kamer?
- A) Een museum
- B) Het lagerhuis van het Nederlandse parlement
- C) Een overheidsgebouw voor paspoorten
SECTION 4: EDUCATION SYSTEM (Questions 19-23)
Question 19
Vanaf welke leeftijd is school verplicht in Nederland?
- A) 4 jaar
- B) 5 jaar
- C) 6 jaar
Question 20
Hoe heet de basisschool in Nederland voor kinderen van 4-12 jaar?
- A) Kleuterschool
- B) Basisonderwijs
- C) Middelbare school
Question 21
Tot welke leeftijd is onderwijs verplicht in Nederland?
- A) 14 jaar
- B) 16 jaar
- C) 18 jaar
Question 22
Wat is de CITO-toets?
- A) Een rijexamen
- B) Een eindtoets van de basisschool
- C) Een inburgeringsexamen
Question 23
Wat is het MBO?
- A) Middelbaar beroepsonderwijs (praktische opleidingen)
- B) Een universiteit
- C) Een basisschool
SECTION 5: WORK & ECONOMY (Questions 24-28)
Question 24
Wat is het minimumloon voor volwassenen in Nederland (2026)?
- A) Ongeveer €10 per uur
- B) Ongeveer €13 per uur
- C) Ongeveer €20 per uur
Question 25
Hoeveel vakantiedagen heb je minimaal per jaar bij een fulltime baan?
- A) 10 dagen
- B) 20 dagen
- C) 30 dagen
Question 26
Wat is de UWV?
- A) Een ziekenhuis
- B) De organisatie voor werkloosheid en arbeids(on)geschiktheid
- C) Een vakantieorganisatie
Question 27
Hoeveel uur is een fulltime baan in Nederland meestal?
- A) 32 uur per week
- B) 36 uur per week
- C) 40 uur per week
Question 28
Wat betekent “parttime” werken?
- A) Minder dan fulltime uren werken
- B) Alleen ‘s avonds werken
- C) Werken zonder contract
SECTION 6: HEALTHCARE (Questions 29-32)
Question 29
Bij wie ga je eerst als je ziek bent in Nederland?
- A) Direct naar het ziekenhuis
- B) Naar de huisarts
- C) Naar de specialist
Question 30
Wat is het “eigen risico” in de zorgverzekering?
- A) Geld dat je zelf moet betalen voordat de verzekering betaalt
- B) De maandelijkse premie
- C) De kosten van medicijnen
Question 31
Is een zorgverzekering verplicht in Nederland?
- A) Nee, het is optioneel
- B) Ja, iedereen moet verzekerd zijn
- C) Alleen voor mensen boven de 65 jaar
Question 32
Wat is het telefoonnummer voor spoedeisende hulp in Nederland?
- A) 110
- B) 112
- C) 911
SECTION 7: HOUSING & LIVING (Questions 33-36)
Question 33
Wat is een “huurwoning”?
- A) Een huis dat je huurt (niet koopt)
- B) Een huis dat je koopt
- C) Een vakantiewoning
Question 34
Wat is de “huismeester” in een appartementencomplex?
- A) De eigenaar van het gebouw
- B) De persoon die het gebouw onderhoudt
- C) Een andere naam voor buurman
Question 35
Wat doe je met de grijze container voor afval?
- A) Papier en karton
- B) Plastic verpakkingen
- C) Restafval
Question 36
Hoeveel maanden huur betaal je meestal als borg voor een huurwoning?
- A) 1 tot 2 maanden
- B) 6 maanden
- C) 12 maanden
SECTION 8: DUTCH VALUES & NORMS (Questions 37-40)
Question 37
Wat is belangrijk in de Nederlandse cultuur?
- A) Hiërarchie en formele omgang
- B) Directheid, punctualiteit en gelijkheid
- C) Grote families en tradities
Question 38
Wat betekent “een afspraak is een afspraak” in Nederland?
- A) Afspraken zijn niet belangrijk
- B) Afspraken kun je altijd veranderen
- C) Je moet op tijd komen en je afspraak nakomen
Question 39
Hoe groet je in Nederland meestal?
- A) Met een buiging
- B) Met drie zoenen op de wang
- C) Met een handdruk (zakelijk) of drie zoenen (vrienden/familie)
Question 40
Wat is “normale omgangsvorm” als je in een rij staat (bijvoorbeeld bij de kassa)?
- A) Je probeert voor te dringen om sneller te zijn
- B) Je wacht netjes op je beurt
- C) Je praat met iedereen in de rij
ANSWER KEY
Section 1: Geography & Provinces
- B – Amsterdam
- B – 12
- B – De Noordzee
- B – Drooggelegd land dat beschermd wordt tegen water
- A – Eindhoven
Section 2: Culture & Traditions
6. B – 27 april
7. B – Pepernoten en chocoladeletters
8. B – Een informele bijeenkomst met drankjes en snacks
9. B – Klompen
10. B – Omdat Nederland vlak is en er goede fietspaden zijn
11. B – De verjaardag van de koning
12. B – De tulp
Section 3: Government & Politics
13. A – Willem-Alexander
14. B – Dick Schoof (note: Mark Rutte was PM until 2024)
15. B – In Den Haag
16. A – De Staten-Generaal
17. B – 18 jaar
18. B – Het lagerhuis van het Nederlandse parlement
Section 4: Education System
19. B – 5 jaar
20. B – Basisonderwijs
21. B – 16 jaar (leerplicht)
22. B – Een eindtoets van de basisschool
23. A – Middelbaar beroepsonderwijs
Section 5: Work & Economy
24. B – Ongeveer €13 per uur
25. B – 20 dagen (minimum wettelijk bij fulltime)
26. B – De organisatie voor werkloosheid en arbeids(on)geschiktheid
27. C – 40 uur per week (vaak 36-40)
28. A – Minder dan fulltime uren werken
Section 6: Healthcare
29. B – Naar de huisarts
30. A – Geld dat je zelf moet betalen voordat de verzekering betaalt
31. B – Ja, iedereen moet verzekerd zijn
32. B – 112
Section 7: Housing & Living
33. A – Een huis dat je huurt (niet koopt)
34. B – De persoon die het gebouw onderhoudt
35. C – Restafval
36. A – 1 tot 2 maanden
Section 8: Values & Norms
37. B – Directheid, punctualiteit en gelijkheid
38. C – Je moet op tijd komen en je afspraak nakomen
39. C – Met een handdruk (zakelijk) of drie zoenen (vrienden/familie)
40. B – Je wacht netjes op je beurt
Scoring Guide
Count your correct answers:
- 36-40 correct = Excellent! (90-100%)
- 32-35 correct = Very good! (80-89%)
- 28-31 correct = Good! (70-79%)
- 24-27 correct = Pass (60-69%)
- Below 24 = More practice needed
Study Tips for KNM Exam
Geography:
- Learn the 12 provinces and their capitals
- Know major cities: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht
- Understand polders and dikes (water management)
- Know neighboring countries: Belgium, Germany
Culture:
- Koningsdag (April 27) – King’s birthday, orange clothes, street markets
- Sinterklaas (December 5) – Children’s holiday, different from Christmas
- Nieuwjaarsdag (January 1) – New Year’s Day
- Bevrijdingsdag (May 5) – Liberation Day (end of WW2)
- Cycling culture – bikes everywhere, bike lanes, bike parking
Government:
- Monarchy – King Willem-Alexander (ceremonial role)
- Democracy – citizens vote for parliament
- Eerste Kamer (Senate) and Tweede Kamer (House of Representatives)
- Den Haag – seat of government (not the capital!)
- Coalition government – multiple parties work together
Education:
- Basisschool (4-12 years) – primary school
- CITO-toets (age 12) – test determines secondary school level
- VMBO, HAVO, VWO – different levels of secondary education
- MBO – vocational training
- HBO – universities of applied sciences
- WO – research universities
Healthcare:
- Zorgverzekering – health insurance (mandatory!)
- Basisverzekering – basic coverage (required)
- Aanvullende verzekering – additional coverage (optional)
- Eigen risico – deductible (€385 in 2026)
- Huisarts – GP (first point of contact)
- 112 – emergency number
Work:
- Arbeidscontract – employment contract
- CAO – collective labor agreement
- Minimumloon – minimum wage
- AOW – state pension (from age 67)
- UWV – employee insurance agency
- Vakantiedagen – vacation days (minimum 20/year fulltime)
Dutch Values:
- Directheid – Dutch people are direct and honest
- Gelijkheid – everyone is equal (egalitarian society)
- Punctualiteit – being on time is very important
- Afspraken – appointments/agreements must be kept
- Tolerantie – tolerance for different lifestyles
- Privésfeer – privacy is respected (close curtains at night!)
Important Numbers to Remember
- 112 – Emergency (police, ambulance, fire brigade)
- 0900-0844 – Police (non-emergency)
- 14 020 – Municipality information number
- 088-1234567 – GP post (huisartsenpost) after hours
Key Dutch Terms
Government:
- de koning – the king
- de minister-president – prime minister
- het parlement – parliament
- de gemeenteraad – municipal council
- de burgemeester – mayor
Society:
- de maatschappij – society
- de cultuur – culture
- de traditie – tradition
- de norm – norm
- de waarde – value
Education:
- het onderwijs – education
- de school – school
- de leraar/lerares – teacher
- de leerling – pupil
- het diploma – diploma/certificate
Work:
- het werk – work
- de baan – job
- de werkgever – employer
- de werknemer – employee
- werkloos – unemployed
Common Exam Topics
History (Basic):
- WW2 – Liberation Day (May 5, 1945)
- Monarchy – Current: King Willem-Alexander
- Golden Age – 17th century (VOC, trade, art)
Famous Dutch People:
- Vincent van Gogh – painter
- Anne Frank – diary writer (WW2)
- Rembrandt – painter (Golden Age)
- Johan Cruijff – football legend
Dutch Symbols:
- Orange – national color (House of Orange)
- Tulips – famous Dutch flower
- Windmills – traditional water management
- Cheese – Gouda, Edam (famous Dutch cheeses)
Practice Resources
Free websites:
- www.inburgeren.nl – official information
- www.oefenenmetinburgeren.nl – practice questions
- www.naar-nederland.nl – info for newcomers
Books:
- “Dit is Nederland” – KNM preparation book
- “Welkom in Nederland” – textbook
Apps:
- “Inburgeren” app – practice questions
- “Duolingo” – Dutch language (helps with KNM text)
YouTube:
- “Nederlandse geschiedenis” channels
- “Inburgering KNM” tutorials
Final Tips
✓ Learn the basics very well – these questions repeat often
✓ Use flashcards – for dates, names, numbers
✓ Watch Dutch news – nos.nl, nu.nl
✓ Visit a museum – Rijksmuseum, Anne Frank House
✓ Ask Dutch friends – they can explain culture
✓ Practice multiple times – repetition helps memory
✓ Don’t just memorize – try to understand WHY
✓ Focus on recent PM – politics can change
Veel succes met je KNM-examen! (Good luck with your KNM exam!)
