Mock Exam 3: Speaking (Spreken) – A2 Level | FREE Inburgering Exam Prep | Learn Dutch With AI

This is a mock exam in Speaking for the Dutch Inburgering Exam at A2 Level. Use it with your AI assistant for best results.

Learn Dutch With AI - Mock Exam 3: Speaking (Spreken) - A2 Level | FREE Inburgering Exam Prep | Learn Dutch With AI |

Exam Information

Duration: 20-30 minutes

Format: Face-to-face or computer-based

Pass Score: 60% overall

Language Level: A2 (Basic Independent User)


Exam Structure

  1. Part 1: Personal Questions (6 questions)
  2. Part 2: Picture Description (2 pictures)
  3. Part 3: Role-Play Situations (5 scenarios)

PART 1: PERSONAL QUESTIONS (6 questions)

The examiner will ask you questions about yourself. Answer in complete sentences.

Question 1: Personal Information

Examiner: “Vertel iets over jezelf. Hoe heet je, waar woon je, en wat doe je?”

What to include:

Example answer: “Ik heet Ahmed en ik woon in Utrecht, in de wijk Lombok. Ik kom uit Syrië. Op dit moment volg ik een Nederlandse cursus en ik zoek werk als kok. Ik woon hier met mijn vrouw en twee kinderen.”


Question 2: Housing

Examiner: “Waar woon je? Beschrijf je huis of appartement.”

What to include:

Example answer: “Ik woon in een appartement op de derde verdieping. Het heeft twee slaapkamers, een woonkamer, een keuken en een badkamer. Het appartement is klein maar gezellig. Ik vind de locatie goed omdat de supermarkt dichtbij is. Maar er is geen lift, dus de trap is soms vermoeiend.”


Question 3: Daily Routine

Examiner: “Wat doe je op een gewone dag? Vertel over je dagindeling.”

What to include:

Example answer: “Op een gewone dag sta ik om 7 uur op. Eerst ontbijt ik en dan breng ik mijn kinderen naar school. Daarna ga ik naar mijn Nederlandse les van 9 tot 12 uur. ‘s Middags doe ik boodschappen of huishoudelijk werk. Om 3 uur haal ik de kinderen op. ‘s Avonds koken we samen en om 10 uur ga ik slapen.”


Question 4: Free Time

Examiner: “Wat doe je graag in je vrije tijd? Wat zijn je hobby’s?”

What to include:

Example answer: “In mijn vrije tijd lees ik graag boeken en ik sport. Elke zaterdag speel ik voetbal met vrienden in het park. Ik vind dit leuk omdat ik nieuwe mensen ontmoet en het is goed voor mijn gezondheid. Ook kijk ik soms naar Nederlandse series op Netflix om mijn Nederlands te oefenen.”


Question 5: Future Plans

Examiner: “Wat zijn je plannen voor de toekomst? Wat wil je bereiken?”

What to include:

Example answer: “Mijn belangrijkste plan is om mijn inburgeringsexamen te halen. Daarna wil ik graag werk vinden in een restaurant als kok, want dat is mijn beroep. Ik wil ook beter Nederlands leren, misschien tot B1-niveau. Voor mijn kinderen wil ik dat ze goed integreren in Nederland en goede opleidingen volgen.”


Question 6: Past Experience

Examiner: “Vertel over een leuke ervaring die je in Nederland hebt gehad.”

What to include:

Example answer: “Vorige maand ben ik met mijn gezin naar Giethoorn geweest. Dat is een mooi dorp zonder auto’s, alleen boten en bruggen. We hebben een boottochtje gemaakt en het was heel rustig en mooi. De kinderen vonden het fantastisch. Het was een leuke kennismaking met de Nederlandse cultuur. We hebben veel foto’s gemaakt.”


PART 2: PICTURE DESCRIPTION (2 pictures)

You will see a picture and must describe what you see. Talk for about 1-2 minutes per picture.

Picture 1: SUPERMARKET SCENE

Describe: [Imagine: A family shopping in a supermarket. Mother pushing cart with child, father looking at products on shelf]

What to say:

Opening: “Op deze foto zie ik een gezin in een supermarkt.”

Details – Who: “Er is een moeder, een vader en een kind. Het kind zit in het winkelwagentje.”

Details – What are they doing: “De moeder duwt het wagentje. De vader kijkt naar producten op de plank. Misschien zoekt hij iets om te kopen. Het kind kijkt om zich heen.”

Details – Location: “Ze zijn in de supermarkt, bij de afdeling met eten. Ik zie schappen met veel producten.”

Your opinion/experience: “Ik denk dat dit een normale zaterdag is. Veel gezinnen gaan samen boodschappen doen in het weekend. Ik doe dit ook vaak met mijn familie. Boodschappen doen met kinderen is soms moeilijk omdat kinderen altijd snoep willen!”

Useful phrases for pictures:


Picture 2: DOCTOR’S OFFICE

Describe: [Imagine: Female doctor talking to male patient in examination room. Patient sitting, doctor standing with clipboard]

What to say:

Opening: “Deze foto is in een doktersspreekkamer.”

Details – Who: “Ik zie een dokter en een patiënt. De dokter is een vrouw met een witte jas. De patiënt is een man.”

Details – What: “De man zit op een stoel. De dokter staat en ze heeft een klembord in haar hand. Ze praten met elkaar. Misschien vraagt de dokter over de gezondheid van de man, of ze geeft advies.”

Details – Setting: “Op de achtergrond zie ik medische apparatuur en een bureau. Het is een gewone doktersspreekkamer.”

Your opinion/experience: “Ik denk dat de man misschien ziek is of een controle heeft. In Nederland maak je eerst een afspraak bij de huisarts. Ik ben ook al naar de dokter geweest in Nederland. De dokters hier zijn vriendelijk en nemen de tijd voor je.”


PART 3: ROLE-PLAY SITUATIONS (5 scenarios)

You will have a conversation with the examiner. They will give you a situation and you must respond appropriately.


Situation 1: AT THE PHARMACY

Scenario: Je bent bij de apotheek. Je hebt last van hoofdpijn en wilt medicijnen kopen.

Examiner (as pharmacist): “Goedemiddag, kan ik u helpen?”

Your response should include:

Example dialogue:

You: “Goedemiddag. Ik heb last van hoofdpijn. Heeft u iets daarvoor?”

Examiner: “Ja, we hebben paracetamol. Dat kost €3,50.”

You: “Oké, dat is goed. Hoe moet ik het innemen?”

Examiner: “Eén tablet per keer, maximaal 4 per dag. Met water.”

You: “Prima. Ik neem het. Kan ik pinnen?”

Examiner: “Ja natuurlijk. Dat is €3,50 alstublieft.”

You: “Alstublieft. Dank u wel.”

Examiner: “Graag gedaan. Beterschap!”

You: “Dank u wel. Tot ziens.”


Situation 2: MAKING A DOCTOR’S APPOINTMENT

Scenario: Je belt naar de huisartsenpraktijk. Je wilt een afspraak maken omdat je ziek bent.

Examiner (as receptionist): “Huisartsenpraktijk Jansen, goedemorgen.”

Your response should include:

Example dialogue:

You: “Goedemorgen. Met Anna Kowalski. Ik wil graag een afspraak maken.”

Examiner: “Wat zijn uw klachten?”

You: “Ik heb al drie dagen keelpijn en koorts. Ik voel me niet goed.”

Examiner: “Dat klinkt niet fijn. Kunt u morgen om 10 uur komen?”

You: “Ja, morgen om 10 uur is goed. Bij dokter Jansen?”

Examiner: “Ja, klopt. Heeft u uw zorgverzekeringspas bij u?”

You: “Ja, die neem ik mee.”

Examiner: “Prima. Tot morgen dan.”

You: “Dank u wel. Tot morgen. Dag.”


Situation 3: AT THE TRAIN STATION

Scenario: Je bent op het station. Je wilt een kaartje kopen naar Amsterdam, maar je begrijpt het kaartautomaat niet. Je vraagt hulp aan een medewerker.

Your response should include:

Example dialogue:

You: “Excuseer, kunt u mij helpen? Ik begrijp deze automaat niet.”

Examiner (as station employee): “Natuurlijk. Waar wilt u naartoe?”

You: “Naar Amsterdam Centraal. Hoeveel kost een kaartje?”

Examiner: “Enkele reis of retour?”

You: “Retour graag.”

Examiner: “Dat is €15,80. Wanneer wilt u reizen?”

You: “Nu meteen. Hoe laat gaat de volgende trein?”

Examiner: “Om 14:35, vanaf spoor 3.”

You: “Oké, dank u wel voor uw hulp!”

Examiner: “Graag gedaan. Goede reis!”

You: “Dank u. Dag.”


Situation 4: RENTING AN APARTMENT

Scenario: Je belt naar een makelaar over een appartement dat te huur is. Je wilt meer informatie.

Your response should include:

Example dialogue:

You: “Goedemiddag, met Maria Santos. Ik bel over het appartement op Hoofdstraat 45.”

Examiner (as real estate agent): “Ja, dat is nog beschikbaar. Wat wilt u weten?”

You: “Hoeveel kamers heeft het?”

Examiner: “Twee slaapkamers, een woonkamer, keuken en badkamer.”

You: “En wat is de huurprijs per maand?”

Examiner: “€950 per maand, exclusief gas, water en licht.”

You: “Wanneer is het beschikbaar?”

Examiner: “Vanaf 1 april.”

You: “Kan ik het appartement bezichtigen?”

Examiner: “Ja natuurlijk. Wanneer kunt u?”

You: “Is morgen mogelijk?”

Examiner: “Ja, om 15 uur?”

You: “Perfect. Dank u wel. Tot morgen.”


Situation 5: AT THE SCHOOL (Parent-Teacher)

Scenario: Je bent bij school voor een gesprek met de leraar van je kind. De leraar vertelt dat je kind het goed doet, maar moet meer huiswerk maken.

Your response should include:

Example dialogue:

Examiner (as teacher): “Goedemiddag mevrouw/meneer. Bedankt dat u komt. Uw dochter doet het goed op school.”

You: “Dat is fijn om te horen! Hoe gaat het met Nederlands?”

Examiner: “Het gaat beter. Maar ze moet thuis meer oefenen met lezen.”

You: “Oké, ik begrijp het. Hoeveel huiswerk moet ze per dag maken?”

Examiner: “Ongeveer 30 minuten per dag. Vooral lezen is belangrijk.”

You: “Goed, ik zal haar thuis helpen. Kan ik extra materiaal krijgen?”

Examiner: “Ja, ik geef u een lijst met geschikte boeken.”

You: “Dank u wel. Als er problemen zijn, kunt u mij bellen?”

Examiner: “Natuurlijk. Heeft u nog vragen?”

You: “Nee, dank u voor het gesprek. Tot ziens.”


EVALUATION CRITERIA

You will be scored on:

1. Fluency (Vloeiendheid) – 25%

2. Grammar & Sentence Structure (Grammatica) – 25%

3. Vocabulary (Woordenschat) – 25%

4. Pronunciation (Uitspraak) – 25%


Tips for Speaking Success

Before You Speak:

  1. Take a breath – Don’t rush
  2. Think for 2-3 seconds – Organize your thoughts
  3. Start confidently – Even if nervous inside

While Speaking:

  1. Speak clearly – Not too fast
  2. Use hand gestures – Helps communication
  3. Make eye contact – Shows confidence
  4. Don’t worry about small mistakes – Keep going!

If You Don’t Understand:

If You Don’t Know a Word:

Time Fillers (Buy Time to Think):

Common Sentence Starters:


Practice Exercises

Exercise 1: Daily Practice (5 minutes)

Talk out loud about:

Exercise 2: Picture Description

Exercise 3: Role-Play at Home

Practice these situations:

Exercise 4: Record Yourself

Exercise 5: Language Partner


Useful Vocabulary for Speaking Exam

Talking About Yourself:

Expressing Opinion:

Describing:

Asking Questions:

Polite Phrases:


Final Reminders

Don’t aim for perfection – Communication is the goal

Small mistakes are okay – Examiners expect A2 level

Speak clearly and slowly – Better than fast with mistakes

Use what you know – Don’t try to be too complicated

Stay calm – Nervousness is normal

Listen carefully – Make sure you understand the question

Practice OUT LOUD – Not just in your head!


Veel succes met je spreekexamen! (Good luck with your speaking exam!)

Learn Dutch With AI - Mock Exam 3: Speaking (Spreken) - A2 Level | FREE Inburgering Exam Prep | Learn Dutch With AI |

Violetta Bonenkamp, also known as Mean CEO, is an experienced startup founder with an impressive educational background including an MBA and four other higher education degrees. She has over 20 years of work experience across multiple countries, including 5 years as a solopreneur and serial entrepreneur. Throughout her startup experience she has applied for multiple startup grants at the EU level, in the Netherlands and Malta, and her startups received quite a few of those. She’s been living, studying and working in many countries around the globe and her extensive multicultural experience has influenced her immensely.