Level: A2
Time allowed: 45 minutes
Instructions: Choose the best answer for each question. Answers are provided directly after each question.
KNM = Kennis van de Nederlandse Maatschappij (Knowledge of Dutch Society). This exam tests your knowledge of how Dutch society, government, education, healthcare, and daily life work.
Deel 1 – Wonen en dagelijks leven (Housing and Daily Life)
Vraag 1: Je wilt een huis huren in Nederland. Wat moet je normaal betalen als borg (deposit)?
- A) Eén maand huur
- B) Zes maanden huur
- C) Twee maanden huur
- D) Er is geen borg nodig
✅ Antwoord: C – In Nederland is de borg meestal één of twee maanden huur. Twee maanden is het meest gebruikelijk.
Vraag 2: Wat is een BSN-nummer?
- A) Een rekeningnummer van de bank
- B) Een persoonlijk identificatienummer dat iedere inwoner van Nederland heeft
- C) Een nummer voor de ziektekostenverzekering
- D) Een rijbewijsnummer
✅ Antwoord: B – Het Burgerservicenummer (BSN) is een uniek nummer voor iedere persoon in Nederland. Je hebt het nodig voor werk, zorg en andere officiële zaken.
Vraag 3: Je bent net in Nederland komen wonen. Wat moet je als eerste doen?
- A) Een bankrekening openen
- B) Je inschrijven bij de gemeente
- C) Een zorgverzekering afsluiten
- D) Een rijbewijs halen
✅ Antwoord: B – Je moet jezelf inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP) bij de gemeente. Dit is verplicht.
Vraag 4: Wat is de DigiD?
- A) Een creditcard voor online betalingen
- B) Een digitale identiteit om in te loggen bij de overheid
- C) Een app voor belastingaangifte
- D) Een bankpas voor pinbetalingen
✅ Antwoord: B – DigiD is de digitale identiteit waarmee je kunt inloggen op websites van de overheid, zoals de Belastingdienst of je gemeente.
Vraag 5: Welk afval gaat in de groene bak (GFT-bak)?
- A) Plastic flessen en blikken
- B) Papier en karton
- C) Groente-, fruit- en tuinafval
- D) Glas
✅ Antwoord: C – GFT staat voor Groente-, Fruit- en Tuinafval. In de groene bak gooi je etensresten en tuinafval.
Deel 2 – Werk en inkomen (Work and Income)
Vraag 6: Wat is het minimumloon in Nederland?
- A) Een vast bedrag per jaar, gelijk voor iedereen boven 21 jaar
- B) Hetzelfde voor iedereen, ongeacht de leeftijd
- C) Het minimumloon verschilt per sector
- D) Er is geen minimumloon in Nederland
✅ Antwoord: A – Nederland heeft een wettelijk minimumloon. Mensen van 21 jaar en ouder hebben recht op het volledige minimumloon.
Vraag 7: Wat doet het UWV?
- A) Het UWV geeft rijbewijzen uit
- B) Het UWV betaalt uitkeringen bij werkloosheid of ziekte
- C) Het UWV helpt mensen met belastingaangifte
- D) Het UWV geeft vergunningen aan bedrijven
✅ Antwoord: B – Het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) zorgt voor uitkeringen zoals WW (werkloosheid) en WIA (arbeidsongeschiktheid).
Vraag 8: Wat is een 30%-regeling?
- A) Een korting op de belasting voor mensen met een laag inkomen
- B) Een belastingvoordeel voor bepaalde buitenlandse werknemers die naar Nederland komen
- C) Een regeling voor ZZP’ers (zelfstandigen)
- D) Een korting op de hypotheekrente
✅ Antwoord: B – De 30%-regeling geeft bepaalde buitenlandse werknemers die in Nederland komen werken een belastingvoordeel. Ze betalen dan over 30% van hun salaris geen belasting.
Vraag 9: Je werkt als zzp’er (zelfstandige). Wat moet je zelf regelen?
- A) Niets bijzonders, de overheid regelt alles
- B) Je eigen ziektekostenverzekering, pensioen en belastingaangifte
- C) Je eigen cao
- D) Alleen je belastingaangifte
✅ Antwoord: B – Als zzp’er ben je zelf verantwoordelijk voor je zorgverzekering, pensioensparen en belastingaangifte. Er is geen werkgever die dit voor je doet.
Vraag 10: Wat is een arbeidscontract?
- A) Een document van de gemeente
- B) Een schriftelijke overeenkomst tussen werknemer en werkgever over werk en salaris
- C) Een document van de vakbond
- D) Een contract met de bank
✅ Antwoord: B – Een arbeidscontract is een overeenkomst waarin staat wat je werk is, hoe veel je verdient, hoeveel uur je werkt en andere afspraken.
Deel 3 – Gezondheid en zorg (Health and Healthcare)
Vraag 11: Wat moet je in Nederland verplicht hebben?
- A) Een auto
- B) Een zorgverzekering
- C) Een lidmaatschap van een sportschool
- D) Een hypotheek
✅ Antwoord: B – Iedereen die in Nederland woont, is verplicht een basisverzekering voor zorgkosten af te sluiten.
Vraag 12: Wat is het eigen risico bij een zorgverzekering?
- A) Het bedrag dat je betaalt als je naar de huisarts gaat
- B) Het bedrag dat je zelf betaalt voordat de verzekering de rest vergoedt
- C) De maandelijkse premie
- D) Het bedrag dat je terugkrijgt als je niet ziek bent geweest
✅ Antwoord: B – Het eigen risico is het maximale bedrag dat je zelf betaalt per jaar aan zorgkosten. Daarna betaalt de verzekering.
Vraag 13: Je hebt een klacht over je gezondheid. Naar wie ga je als eerste?
- A) Naar het ziekenhuis
- B) Naar de apotheek
- C) Naar de huisarts
- D) Naar de specialist
✅ Antwoord: C – In Nederland ga je als eerste naar de huisarts (poort naar de zorg). De huisarts verwijst je eventueel door naar een specialist.
Vraag 14: Wat is de GGD?
- A) Een particuliere zorgverzekeraar
- B) De overheidsinstelling die werkt aan openbare gezondheidszorg en preventie
- C) Een ziekenhuis
- D) Een thuiszorgorganisatie
✅ Antwoord: B – De GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) is een overheidsinstelling die zich bezighoudt met de volksgezondheid, vaccinaties, infectieziektes en preventie.
Vraag 15: Wanneer bel je 112?
- A) Als je een afspraak wilt maken bij de dokter
- B) Als je de politie wilt spreken over een klein probleem
- C) In geval van een levensbedreigende noodsituatie
- D) Als je vragen hebt voor de gemeente
✅ Antwoord: C – 112 is het alarmnummer voor spoedgevallen: brand, medische noodgevallen of misdrijven waarbij onmiddellijke hulp nodig is.
Deel 4 – Onderwijs en opvoeding (Education and Parenting)
Vraag 16: Vanaf welke leeftijd is onderwijs verplicht in Nederland?
- A) 4 jaar
- B) 5 jaar
- C) 6 jaar
- D) 7 jaar
✅ Antwoord: B – In Nederland is onderwijs verplicht vanaf 5 jaar (leerplicht). Veel kinderen gaan al vanaf 4 jaar naar de basisschool.
Vraag 17: Wat is de peuterspeelzaal / het kinderdagverblijf?
- A) Een basisschool voor kinderen van 4 jaar
- B) Een opvang voor jonge kinderen van 0 tot 4 jaar
- C) Een naschoolse opvang
- D) Een sportclub voor kinderen
✅ Antwoord: B – Het kinderdagverblijf (KDV) is voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Ouders die werken kunnen hun kind hier brengen.
Vraag 18: Wat is de BSO?
- A) Een vorm van voortgezet onderwijs
- B) Buitenschoolse opvang voor kinderen na school en in de vakanties
- C) Een school voor kinderen met een beperking
- D) Een staatsexamen
✅ Antwoord: B – BSO staat voor BuitenSchoolse Opvang. Dit is opvang voor kinderen van de basisschool na schooltijd en tijdens vakanties.
Vraag 19: Na de basisschool gaat een kind naar het voortgezet onderwijs. Welk niveau is het hoogste?
- A) VMBO
- B) HAVO
- C) VWO
- D) MBO
✅ Antwoord: C – VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs) is het hoogste niveau van het voortgezet onderwijs. Daarna kun je naar de universiteit.
Vraag 20: Wat is de rol van de ouderraad op een basisschool?
- A) De ouderraad geeft les aan kinderen
- B) De ouderraad beslist over de lesmethoden
- C) De ouderraad adviseert de school en helpt bij activiteiten
- D) De ouderraad stelt de directeur aan
✅ Antwoord: C – De ouderraad is een groep ouders die de school adviseert en helpt bij evenementen. Ze hebben een adviserende rol, geen beslissende.
Deel 5 – Overheid en democratie (Government and Democracy)
Vraag 21: Hoe heet het parlement in Nederland?
- A) De Senaat
- B) De Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer)
- C) De Volksraad
- D) De Rijksraad
✅ Antwoord: B – Het parlement heet de Staten-Generaal en bestaat uit de Tweede Kamer (150 leden, direct gekozen) en de Eerste Kamer (75 leden).
Vraag 22: Wat doet de gemeente?
- A) De gemeente maakt wetten voor het hele land
- B) De gemeente regelt lokale zaken zoals wegen, afval, sociale hulp en vergunningen
- C) De gemeente int de nationale belastingen
- D) De gemeente beslist over de nationale politie
✅ Antwoord: B – De gemeente is verantwoordelijk voor lokale voorzieningen en diensten zoals afvalinzameling, vergunningen, parkeerbeleid en sociale hulp.
Vraag 23: Wat is de Tweede Kamer?
- A) De vergadering van burgemeesters
- B) De direct gekozen volksvertegenwoordiging die wetten maakt en de regering controleert
- C) De vergadering van provinciebesturen
- D) De rechtbank voor nationale zaken
✅ Antwoord: B – De Tweede Kamer bestaat uit 150 gekozen volksvertegenwoordigers. Zij maken wetten en controleren de regering.
Vraag 24: Wanneer moet je belastingaangifte doen in Nederland?
- A) Elke maand
- B) Elk kwartaal
- C) Eén keer per jaar, meestal vóór 1 mei
- D) Elke twee jaar
✅ Antwoord: C – De belastingaangifte voor de inkomstenbelasting moet eenmaal per jaar worden ingediend, in de meeste gevallen vóór 1 mei.
Vraag 25: Wat is de koning of koningin in Nederland?
- A) Het hoofd van de politiek
- B) Het staatshoofd, dat een symbolische en representatieve rol heeft
- C) De voorzitter van de Tweede Kamer
- D) De hoogste rechter
✅ Antwoord: B – De koning is staatshoofd maar heeft geen politieke macht. Nederland is een constitutionele monarchie; de politieke macht ligt bij het parlement en de ministers.
Scoreoverzicht / Score Overview
| Deel | Vragen | Max. score |
|---|---|---|
| Deel 1 – Dagelijks leven | 1–5 | 5 punten |
| Deel 2 – Werk en inkomen | 6–10 | 5 punten |
| Deel 3 – Gezondheid | 11–15 | 5 punten |
| Deel 4 – Onderwijs | 16–20 | 5 punten |
| Deel 5 – Overheid | 21–25 | 5 punten |
| Totaal | 1–25 | 25 punten |
Geslaagd: 17 punten of meer (65%)
Studietips voor KNM
- Lees het boek “Naar Nederland” – het officiële leerboek voor het inburgeringsexamen
- Kijk naar NOS Nieuws op 3 voor begrijpelijk nieuws in eenvoudig Nederlands
- Oefen op oefenen.nl of taalmenutotaal.nl
- Stel vragen aan uw AI-assistent: “Leg uit hoe het Nederlandse zorgstelsel werkt”
- Bezoek rijksoverheid.nl voor actuele informatie over regels en wetten

