Spreken (Speaking) – A2 Level Practice | FREE Inburgering Exam Prep | Learn Dutch With AI

Speaking improves with practice. Don’t be afraid to make mistakes. The more you speak Dutch, the more confident you’ll become!

Learn Dutch With AI - Spreken (Speaking) - A2 Level Practice | FREE Inburgering Exam Prep | Learn Dutch With AI |

Exam Format


What to Expect

Part 1: Open Questions (10-12 questions)

You’ll see a video with a question and respond out loud. Questions about:

Example:

Part 2: Dialogue/Conversation (4-6 questions)

You’ll see a situation and need to respond appropriately:

Example:

Part 3: Image Description (2-4 questions)

You’ll see an image and describe what you see or answer questions about it.

Example:


Key Vocabulary by Topic

1. Introducing Yourself (Jezelf voorstellen)

2. Daily Routine (Dagelijkse routine)

3. Weekend & Free Time (Weekend en vrije tijd)

4. Work (Werk)

5. Family (Familie)

6. Housing (Wonen)

7. Health (Gezondheid)


Essential Sentence Patterns for Speaking

1. Talking About Yourself

2. Talking About Preferences

3. Describing Frequency

4. Giving Opinions

5. Explaining Reasons

Examples:


20 Common Speaking Exam Questions with Model Answers

Personal Questions

1. Wat is je naam en waar kom je vandaan? (What is your name and where do you come from?)

Answer: “Mijn naam is Maria. Ik kom uit Spanje. Ik woon nu drie jaar in Nederland, in de stad Rotterdam.”


2. Vertel iets over je familie. (Tell something about your family.)

Answer: “Ik ben getrouwd en ik heb twee kinderen. Mijn zoon is acht jaar en mijn dochter is vijf jaar. Mijn man werkt als leraar. Mijn familie in Spanje mis ik soms, maar ik bel ze elke week.”


3. Wat doe je in je dagelijks leven? (What do you do in your daily life?)

Answer: “Ik sta om zeven uur op. Ik ontbijt met mijn gezin en dan breng ik de kinderen naar school. Ik werk van negen tot vijf uur. ‘s Avonds kook ik en eten we samen. Om tien uur ga ik naar bed.”


4. Wat voor werk doe je? (What kind of work do you do?)

Answer: “Ik werk in een supermarkt als verkoper. Ik werk parttime, van maandag tot woensdag. Het werk is soms zwaar, maar mijn collega’s zijn aardig en ik vind het leuk om met klanten te praten.”


5. Wat doe je in het weekend? (What do you do on the weekend?)

Answer: “In het weekend rust ik uit. Op zaterdag ga ik vaak boodschappen doen en ik maak het huis schoon. Op zondag bezoek ik vrienden of we gaan samen naar het park. Soms fietsen we door de stad.”


Hobbies & Interests

6. Wat zijn je hobby’s? (What are your hobbies?)

Answer: “Ik hou van lezen en koken. Ik lees graag boeken in mijn eigen taal, maar nu ook simpele Nederlandse boeken. Koken vind ik ontspannend. Ik maak graag Spaanse gerechten voor mijn familie.”


7. Welke sport doe je? Waarom? (What sport do you do? Why?)

Answer: “Ik fiets veel. In Nederland fietst iedereen! Ik fiets naar mijn werk en naar de supermarkt. Soms ga ik hardlopen in het park. Dat is goed voor mijn gezondheid en ik voel me daarna fit.”


8. Wat doe je graag in je vrije tijd? (What do you like to do in your free time?)

Answer: “In mijn vrije tijd kijk ik graag naar films en ik speel met mijn kinderen. We gaan vaak naar de speeltuin. Ook leer ik Nederlands met een app op mijn telefoon. Dat vind ik belangrijk.”


Living in the Netherlands

9. Hoe vind je Nederland? (How do you find the Netherlands?)

Answer: “Ik vind Nederland een mooi land. De mensen zijn vriendelijk en er zijn goede voorzieningen. Het weer is soms grijs en het regent veel, maar ik wen eraan. De fietscultuur vind ik geweldig.”


10. Wat vind je moeilijk aan het leven in Nederland? (What do you find difficult about life in the Netherlands?)

Answer: “De taal is moeilijk. Nederlands leren kost veel tijd. Ook mis ik mijn familie in Spanje. Het weer is anders dan thuis – het is kouder en het regent meer. Maar ik voel me hier nu thuis.”


11. Vertel over je buurt. Hoe is je buurt? (Tell about your neighborhood. How is your neighborhood?)

Answer: “Ik woon in een rustige buurt met veel gezinnen. Er zijn winkels en een school dichtbij. Er is ook een park waar mijn kinderen spelen. De buren zijn aardig. Ik vind het een prettige buurt.”


12. Wat vind je leuk aan je woonplaats? (What do you like about your town?)

Answer: “Rotterdam is een mooie, moderne stad. Er zijn veel musea en restaurants. De architectuur is interessant. Het centrum is groot en er is altijd iets te doen. Ook is de stad multicultureel, dat vind ik fijn.”


Future Plans

13. Wat wil je in de toekomst doen? (What do you want to do in the future?)

Answer: “In de toekomst wil ik beter Nederlands spreken. Ik wil ook een andere baan vinden, misschien in een kantoor. Ik hoop dat mijn kinderen goed Nederlands leren en gelukkig zijn hier.”


14. Wil je in Nederland blijven wonen? Waarom? (Do you want to keep living in the Netherlands? Why?)

Answer: “Ja, ik wil hier blijven wonen. Mijn kinderen gaan hier naar school en mijn man heeft een goede baan. Nederland heeft goede scholen en gezondheidszorg. Dit is nu ons thuis.”


Learning Dutch

15. Waarom leer je Nederlands? (Why are you learning Dutch?)

Answer: “Ik leer Nederlands omdat ik hier woon. Ik wil met mensen praten, formulieren begrijpen en mijn kinderen helpen met school. Ook is het belangrijk voor mijn werk en om vrienden te maken.”


16. Hoe leer je Nederlands? (How do you learn Dutch?)

Answer: “Ik volg een cursus bij de taalschool. Thuis oefen ik met een app en ik kijk naar Nederlandse tv met ondertiteling. Ook probeer ik met mijn buren en collega’s Nederlands te praten.”


Situational Questions

17. Je bent ziek. Wat doe je? (You are sick. What do you do?)

Answer: “Als ik ziek ben, bel ik eerst de huisarts. Ik maak een afspraak. De dokter onderzoekt me en schrijft medicijnen voor als dat nodig is. Ik rust thuis uit en drink veel water.”


18. Je wilt een afspraak maken bij de tandarts. Wat zeg je? (You want to make an appointment at the dentist. What do you say?)

Answer: “Goedemorgen, ik wil graag een afspraak maken. Ik heb kiespijn. Wanneer kan ik komen? Heeft u tijd deze week? Donderdag om 14:00 uur? Ja, dat schikt mij goed. Dank u wel.”


19. Je hebt een probleem met de verwarming in je huis. Wat doe je? (You have a problem with the heating in your house. What do you do?)

Answer: “Ik bel mijn verhuurder en ik leg het probleem uit. Ik zeg dat de verwarming niet werkt en dat het koud is. Ik vraag of hij een monteur kan sturen. Als het urgent is, bel ik meteen.”


20. Een vriend nodigt je uit voor een feestje, maar je kunt niet komen. Wat zeg je? (A friend invites you to a party, but you can’t come. What do you say?)

Answer: “Bedankt voor de uitnodiging! Helaas kan ik niet komen want ik moet die dag werken. Kunnen we een andere keer afspreken? Veel plezier op het feestje!”


Image Description Practice

How to Describe Images

Structure:

  1. Start with: “Ik zie…” (I see…)
  2. Describe people: “Er is een man/vrouw/kind…” (There is a man/woman/child…)
  3. Describe actions: “Hij/zij… ” + verb (He/she is…)
  4. Describe objects: “Er is/zijn…” (There is/are…)
  5. Describe location: “links/rechts/in het midden” (left/right/in the middle)

Useful Phrases:

Example Image: Kitchen scene with woman cooking

Description: “Ik zie een keuken. Er is een vrouw. Zij kookt eten. Op de tafel liggen groenten. Ik zie tomaten, paprika en uien. De vrouw draagt een blauw shirt. De keuken is modern en schoon.”


Pronunciation Tips

Key Sounds to Practice

1. The “G” sound

2. The “UI” sound

3. The “EU” sound

4. The “IJ/EI” sounds

5. The “CH” sound


Speaking Strategies for Success

Before You Speak

Listen carefully to the question

Think for 2-3 seconds – organize your thoughts

Take a breath – don’t rush

While Speaking

Speak clearly – don’t mumble

Use complete sentences – not just yes/no

Stay calm – mistakes are okay

Speak at normal pace – not too fast or slow

If You Don’t Understand

Make your best guess from context

Give a general answer related to the topic

Don’t stay silent – say something!

Extending Your Answers

Don’t just give one-sentence answers. Add details:


Common Mistakes to Avoid

❌ Mistake 1: Too short answers

❌ “Ja.” / “Nee.” ✓ “Ja, ik vind Nederland mooi omdat er veel fietspaden zijn.”

❌ Mistake 2: Wrong verb forms

❌ “Ik ben werk in een winkel.” ✓ “Ik werk in een winkel.”

❌ Mistake 3: English word order

❌ “Ik altijd fiets naar werk.” ✓ “Ik fiets altijd naar mijn werk.”

❌ Mistake 4: Forgetting articles

❌ “Ik ga naar dokter.” ✓ “Ik ga naar de dokter.”

❌ Mistake 5: Silent when confused

❌ [Says nothing] ✓ “Ik begrijp de vraag niet goed, maar ik denk…”


Exam Day Tips

  1. Test your equipment – Make sure microphone works
  2. Speak directly into microphone – Not too close, not too far
  3. Wait for the beep – Don’t start speaking before the signal
  4. Speak loudly enough – Make sure you’re recorded clearly
  5. Don’t panic if you make mistakes – Keep going
  6. Use the time given – Don’t rush through answers
  7. Relax – The more you practice, the easier it becomes

Practice Schedule

Daily Practice (15 minutes)

Weekly Practice

Before the Exam


Useful Phrases for Any Situation

Starting Your Answer

Giving Examples

Concluding


Assessment Criteria

You’re assessed on:

  1. Comprehension – Do you understand the question?
  2. Fluency – Can you speak without too many pauses?
  3. Pronunciation – Are you understandable?
  4. Vocabulary – Do you use appropriate words?
  5. Grammar – Are your sentences mostly correct?
  6. Content – Do you answer the question fully?

Remember: You don’t need perfect Dutch! The goal is functional communication.


Practice Resources

Official: www.inburgeren.nl/examen-doen/oefenen.jsp

YouTube: Search “A2 spreken oefenen inburgering”

Language Exchange: iTalki, Tandem, HelloTalk apps

AI Practice: Use this file with an AI to practice conversations!


HOW TO USE THIS FILE WITH AI:

Upload this file to an AI assistant and say:

The AI can play the role of examiner, give you feedback, and help you improve!


Remember: Speaking improves with practice. Don’t be afraid to make mistakes. The more you speak Dutch, the more confident you’ll become!

Learn Dutch With AI - Spreken (Speaking) - A2 Level Practice | FREE Inburgering Exam Prep | Learn Dutch With AI |

Violetta Bonenkamp, also known as Mean CEO, is an experienced startup founder with an impressive educational background including an MBA and four other higher education degrees. She has over 20 years of work experience across multiple countries, including 5 years as a solopreneur and serial entrepreneur. Throughout her startup experience she has applied for multiple startup grants at the EU level, in the Netherlands and Malta, and her startups received quite a few of those. She’s been living, studying and working in many countries around the globe and her extensive multicultural experience has influenced her immensely.