KNM Practice Questions gives you exactly 50 original exam-style questions based on Dutch society topics for the Knowledge of Dutch Society exam.

TL;DR: Use these Dutch questions to practise the kind of everyday judgment KNM requires. These are original practice questions, not copied official exam questions. After each answer, study the topic behind the question because KNM is easier when you understand Dutch life systems, not only the letter A, B or C.

How To Use These 50 Questions

Answer the questions in Dutch without checking the answer first. Then read the explanation and write down the topic: healthcare, school, municipality, work, housing, safety, democracy, rights, money or social norms. If you only memorise the answer, you may miss a similar question with different wording. If you learn the topic, you can handle many variations.

The official KNM exam changed from 1 July 2025, and DUO changed the practice exams with it. Use the official practice exams for the final format check and this page for extra topic repetition.

Why The Questions Are In Dutch

KNM is part of the Dutch civic integration exam. DUO lists official A2 practice exams for Kennis van de Nederlandse Maatschappij on the Dutch practice page, and the knowledge exam page explains that DUO checks both knowledge of the Netherlands and whether your Dutch is good enough. For that reason, the practice questions and answer choices below are in simple Dutch. The surrounding study guidance stays in English so you can understand how to review mistakes.

Scoring

Use this simple score:

  • 45 to 50 correct: strong topic confidence. Use official practice to confirm.
  • 35 to 44 correct: good base, but review every wrong topic.
  • 25 to 34 correct: partial knowledge. Study one KNM theme per day for two weeks.
  • Under 25 correct: start with the KNM guide before retesting.

The 50 Questions

1
U verhuist naar een andere gemeente. Wat moet u doen?
A

U schrijft zich in bij de gemeente op uw nieuwe adres.

B

U wacht tot de gemeente uw nieuwe adres vanzelf vindt.

C

U vertelt het alleen aan uw werkgever.

+Toon antwoord
Antwoord: ADe gemeente houdt uw officiële adres bij. Dat is belangrijk voor brieven, belastingen, zorg en andere officiële zaken.
2
Uw kind is ziek en kan vandaag niet naar school. Wat doet u?
A

U stuurt uw kind toch naar school.

B

U meldt uw kind zo snel mogelijk ziek bij school.

C

U vertelt het alleen aan de buren.

+Toon antwoord
Antwoord: BOuders moeten de school informeren als een kind niet komt.
3
U heeft een gezondheidsklacht, maar het is geen spoed. Wie belt u meestal eerst?
A

De huisarts.

B

De politie.

C

De Belastingdienst.

+Toon antwoord
Antwoord: ABij niet-spoedeisende klachten is de huisarts meestal het eerste aanspreekpunt.
4
U ziet een ernstig ongeluk en iemand is in gevaar. Welk nummer belt u?
A

112.

B

1400.

C

0900-8844.

+Toon antwoord
Antwoord: A112 is het alarmnummer voor politie, brandweer en ambulance bij spoed.
5
U krijgt een brief van DUO die u niet begrijpt. Wat is verstandig?
A

U gooit de brief weg.

B

U vraagt hulp en kijkt in Mijn Inburgering.

C

U wacht zes maanden.

+Toon antwoord
Antwoord: BOfficiële brieven kunnen deadlines bevatten. Vraag op tijd hulp.
6
Uw werkgever geeft u een contract. Wat doet u voordat u tekent?
A

U leest het contract en stelt vragen als iets onduidelijk is.

B

U tekent meteen zonder te lezen.

C

U laat een vriend voor u tekenen.

+Toon antwoord
Antwoord: AIn een contract staan rechten en plichten. U moet begrijpen wat u tekent.
7
U bent het niet eens met een factuur. Wat is een goede eerste stap?
A

U negeert de factuur altijd.

B

U neemt contact op met de organisatie en legt het probleem schriftelijk uit.

C

U opent geen brieven meer.

+Toon antwoord
Antwoord: BSchriftelijk contact geeft bewijs en helpt om een betalingsprobleem op te lossen.
8
Wat regelt de gemeente meestal?
A

Inschrijving en veel lokale diensten.

B

Alleen landelijke verkiezingen.

C

Alle arbeidscontracten.

+Toon antwoord
Antwoord: AGemeenten regelen lokale gegevens en diensten, zoals adresregistratie.
9
Welke zin past bij stemrecht in een democratie?
A

Mensen mogen stemmen als zij aan de wettelijke voorwaarden voldoen.

B

Alleen werkgevers mogen stemmen.

C

De politie bepaalt wie stemt.

+Toon antwoord
Antwoord: AIn een democratie stemmen mensen volgens wettelijke regels.
10
U verliest uw paspoort of verblijfsdocument. Wat doet u?
A

U meldt het verlies en vraagt een nieuw document aan.

B

U gebruikt voor altijd een kopie.

C

U leent het document van iemand anders.

+Toon antwoord
Antwoord: AIdentiteitsdocumenten zijn officieel en moeten op de juiste manier worden vervangen.
11
U kunt de huur niet op tijd betalen. Wat is verstandig?
A

U neemt snel contact op met de verhuurder of woningorganisatie.

B

U verdwijnt en reageert niet meer.

C

U vervangt het slot zonder overleg.

+Toon antwoord
Antwoord: AVroeg contact kan grotere problemen voorkomen.
12
U begint met een nieuwe baan. In welk document staan loon, uren en afspraken?
A

In een arbeidscontract.

B

In een kassabon.

C

In een schoolrapport.

+Toon antwoord
Antwoord: AEen arbeidscontract beschrijft belangrijke afspraken over werk.
13
Een kind in Nederland moet vanaf een bepaalde leeftijd naar school. Wat betekent dit?
A

Onderwijs is een wettelijke verantwoordelijkheid.

B

School is altijd vrijwillig.

C

Ouders hoeven school nooit te informeren.

+Toon antwoord
Antwoord: ALeerplicht betekent dat ouders en school aanwezigheid serieus moeten nemen.
14
U heeft medicijnen nodig na een bezoek aan de huisarts. Waar gaat u meestal heen?
A

Naar de apotheek.

B

Naar de trouwbalie van het gemeentehuis.

C

Naar de bibliotheekbalie.

+Toon antwoord
Antwoord: ADe apotheek geeft voorgeschreven medicijnen en advies.
15
U wilt weten of u recht heeft op een toeslag. Wat doet u?
A

U controleert officiële informatie en vraagt alleen aan als u aan de voorwaarden voldoet.

B

U gaat ervan uit dat iedereen het krijgt.

C

U vraagt de kassamedewerker om te beslissen.

+Toon antwoord
Antwoord: AToeslagen hebben voorwaarden en officiële aanvraagprocedures.
16
Uw buurman maakt elke nacht veel lawaai. Wat is vaak een goede eerste stap?
A

U praat rustig met hem of stuurt een nette boodschap.

B

U stopt meteen met huur betalen.

C

U belt de Belastingdienst.

+Toon antwoord
Antwoord: AVeel burenproblemen beginnen met rustig contact voordat er formele stappen komen.
17
Wat is een zorgverzekering voor mensen die in Nederland wonen?
A

Een belangrijke regeling voor zorgkosten.

B

Een hobbyclub.

C

Alleen een schoolvak.

+Toon antwoord
Antwoord: AZorgverzekering is belangrijk voor toegang tot zorg en zorgkosten.
18
Een brief heeft een deadline. Wat doet u?
A

U controleert de datum en reageert op tijd.

B

U leest de brief pas na de deadline.

C

U verstopt de brief.

+Toon antwoord
Antwoord: ADeadlines zijn belangrijk bij officiële zaken.
19
U wilt stemmen bij een verkiezing. Wat moet u controleren?
A

Of u voor die verkiezing mag stemmen.

B

Of uw verhuurder akkoord gaat.

C

Of de supermarkt open is.

+Toon antwoord
Antwoord: AStemrecht hangt af van de verkiezing en uw wettelijke situatie.
20
Uw kind krijgt advies over de middelbare school. Wat doen ouders?
A

Zij lezen het advies, stellen vragen en praten met de school.

B

Zij negeren alle schoolberichten.

C

Zij laten een onbekende beslissen.

+Toon antwoord
Antwoord: AOuders worden verwacht contact te hebben met school over onderwijskeuzes.
21
U bent ziek en kunt niet werken. Wat is normaal?
A

U meldt zich ziek volgens de regels van uw werk.

B

U zegt niets en verdwijnt.

C

U stuurt weken later een kaart.

+Toon antwoord
Antwoord: AWerkplekken hebben regels voor ziekmelden.
22
Waarom betalen mensen belasting?
A

Om publieke voorzieningen te betalen.

B

Alleen om restaurantrekeningen te betalen.

C

Om school te vervangen.

+Toon antwoord
Antwoord: ABelasting betaalt mee aan publieke diensten en overheidstaken.
23
U krijgt een nieuw adres. Waarom is inschrijven belangrijk?
A

De overheid kan u op het juiste adres bereiken.

B

Het verandert het weer.

C

Het vervangt automatisch uw bankrekening.

+Toon antwoord
Antwoord: AAdresregistratie is belangrijk voor officiële post en diensten.
24
Wat is een cao?
A

Een collectieve arbeidsovereenkomst.

B

Een wachtkamer in het ziekenhuis.

C

Een soort buskaartje.

+Toon antwoord
Antwoord: AEen cao kan afspraken bevatten over loon, uren en verlof.
25
U wilt een klacht indienen over een dienst. Wat helpt het meest?
A

U legt de feiten duidelijk uit en bewaart kopieën.

B

U schreeuwt alleen in het openbaar.

C

U verwijdert al het bewijs.

+Toon antwoord
Antwoord: ADuidelijke schriftelijke informatie helpt bij klachten.
26
De school vraagt ouders om naar een gesprek te komen. Wat wordt verwacht?
A

Ouders proberen te komen of nemen contact op met school.

B

Ouders mogen nooit met leraren praten.

C

Het kind tekent alle officiële papieren alleen.

+Toon antwoord
Antwoord: AContact tussen ouders en school is normaal in het Nederlandse onderwijs.
27
U vindt betaald werk. Wat gebeurt meestal met inkomen en belasting?
A

Het inkomen wordt geregistreerd en belastingregels gelden.

B

Inkomen doet er nooit toe.

C

Alleen buren beslissen over belasting.

+Toon antwoord
Antwoord: AWerk en inkomen hebben te maken met belasting en officiële gegevens.
28
Iemand biedt u werk aan zonder contract en alleen contant. Waar moet u aan denken?
A

Dit kan juridische en financiële risico’s geven.

B

Dit is altijd de enige juiste keuze.

C

Dit vervangt uw zorgverzekering.

+Toon antwoord
Antwoord: AOnduidelijke werkafspraken kunnen problemen geven met rechten, belasting en bewijs.
29
U heeft kinderopvang nodig. Wat controleert u?
A

Kosten, inschrijving, openingstijden en mogelijke voorwaarden voor toeslag.

B

Alleen de kleur van het gebouw.

C

Of de buschauffeur akkoord gaat.

+Toon antwoord
Antwoord: AKinderopvang heeft praktische en officiële voorwaarden.
30
U krijgt een boete. Wat is verstandig?
A

U leest de reden, het bedrag en de deadline en betaalt of maakt bezwaar.

B

U negeert de boete omdat die vanzelf verdwijnt.

C

U geeft de boete aan een kind.

+Toon antwoord
Antwoord: ABoetes hebben deadlines en formele mogelijkheden voor bezwaar.
31
Een afspraak is om 14.00 uur. Hoe laat is dat?
A

Twee uur in de middag.

B

Vier uur in de ochtend.

C

Twaalf uur ‘s nachts.

+Toon antwoord
Antwoord: AOfficiële tijden gebruiken vaak de 24-uursklok.
32
Wat betekent gelijkheid voor de wet?
A

De wet geldt volgens de regels voor iedereen.

B

Rijke mensen hoeven nooit regels te volgen.

C

Alleen één buurt heeft wetten.

+Toon antwoord
Antwoord: AGelijkheid en rechtsbescherming zijn belangrijke principes.
33
Een verhuurder wil zonder afspraak uw woning binnenkomen. Wat moet u weten?
A

Huurders hebben privacyrechten en moeten de regels controleren.

B

Een verhuurder mag altijd binnenkomen.

C

Het postkantoor beslist.

+Toon antwoord
Antwoord: ABij wonen horen rechten en plichten voor huurders en verhuurders.
34
U heeft hulp nodig bij officiële formulieren. Wat kunt u doen?
A

U vraagt hulp aan de gemeente, een organisatie of iemand die u vertrouwt.

B

U verzint alle antwoorden.

C

U laat alles leeg.

+Toon antwoord
Antwoord: AHulp vragen is verstandig als formulieren officiële gevolgen hebben.
35
Wat is een provincie?
A

Een regionaal bestuursgebied in Nederland.

B

Een soort zorgpas.

C

Alleen een schoolvakantie.

+Toon antwoord
Antwoord: ANederland heeft provincies met regionale bestuurstaken.
36
Wat is de Tweede Kamer?
A

Een deel van het Nederlandse parlement.

B

Een apotheekketen.

C

Een lokale sportclub.

+Toon antwoord
Antwoord: ADe Tweede Kamer is onderdeel van de landelijke democratie.
37
U reist met de trein. Wat controleert u?
A

Betaalmiddel of kaartje, perron, tijd en bestemming.

B

Alleen het weer in Spanje.

C

De belastingaangifte van uw buurman.

+Toon antwoord
Antwoord: AVoor openbaar vervoer heeft u praktische reisinformatie nodig.
38
De huisarts verwijst u naar een specialist. Wat doet u?
A

U volgt de instructies voor de verwijzing en afspraak.

B

U denkt dat de specialist vanzelf thuis komt.

C

U negeert de verwijzing altijd.

+Toon antwoord
Antwoord: AEen verwijzing helpt om specialistische zorg te regelen.
39
De school stuurt een bericht over hoofdluis. Wat doen ouders?
A

Zij lezen de instructies en controleren of behandelen als dat nodig is.

B

Zij zien het als een verkiezing.

C

Zij negeren alle gezondheidsberichten van school.

+Toon antwoord
Antwoord: AScholen sturen soms praktische gezondheidsinstructies naar ouders.
40
U wilt later Nederlander worden door naturalisatie. Waarom kan inburgering belangrijk zijn?
A

De IND kan bewijs van inburgering vragen, behalve als een vrijstelling geldt.

B

Het vervangt automatisch alle andere voorwaarden.

C

Het is alleen een kookexamen.

+Toon antwoord
Antwoord: AVoor naturalisatie of sterker verblijfsrecht kan bewijs van inburgering nodig zijn.
41
Iemand heeft een beperking en heeft ondersteuning nodig. Welke waarde past hierbij?
A

Meedoen en gelijke behandeling.

B

Uitsluiting van alle diensten.

C

Geen communicatie.

+Toon antwoord
Antwoord: AMeedoen en gelijke behandeling zijn belangrijke waarden in Nederland.
42
U bent uitgenodigd voor een verjaardag. Wat is een gewone Nederlandse gewoonte?
A

U feliciteert de jarige en vaak ook familie of gasten.

B

U neemt officiële belastingformulieren mee.

C

U eist een arbeidscontract.

+Toon antwoord
Antwoord: ASociale gewoonten horen bij culturele kennis.
43
Uw fiets is gestolen. Wat kunt u doen?
A

U doet aangifte en controleert uw verzekering als u die heeft.

B

U belt de huisarts voor een nieuwe fiets.

C

U stopt met zorgverzekering betalen.

+Toon antwoord
Antwoord: ADiefstal kunt u melden. Een verzekering kan belangrijk zijn.
44
U wilt de bibliotheek gebruiken. Wat is meestal nodig?
A

Een lidmaatschap of inschrijving volgens lokale regels.

B

Een werkvergunning voor elk boek.

C

Een verwijzing van het ziekenhuis.

+Toon antwoord
Antwoord: ABibliotheken hebben vaak een lokaal inschrijfsysteem.
45
U gaat een woning huren. Wat bewaart u?
A

Contract, betalingen, inspectiegegevens en belangrijke berichten.

B

Alleen restaurantmenu’s.

C

Geen documenten.

+Toon antwoord
Antwoord: AWoon-documenten kunnen u beschermen als er later vragen zijn.
46
U heeft een conflict op het werk. Wat is een verstandige stap?
A

U controleert uw contract en regels en vraagt zo nodig advies.

B

U loopt weg en communiceert nooit meer.

C

U vraagt een kind om over salarisregels te beslissen.

+Toon antwoord
Antwoord: AWerkconflicten behandelt u beter met informatie en bewijs.
47
Er wordt een baby geboren. Wat moet meestal officieel gebeuren?
A

De geboorte wordt binnen de wettelijke tijd bij de gemeente aangegeven.

B

U plaatst alleen een foto online.

C

U wacht tot het kind volwassen is.

+Toon antwoord
Antwoord: AGeboorteaangifte is een officiële taak bij de gemeente.
48
U wilt weten of een bron officieel is. Wat helpt?
A

U controleert of het een website van overheid, DUO, IND of gemeente is.

B

U vertrouwt de luidste reactie online.

C

U gebruikt alleen oude screenshots.

+Toon antwoord
Antwoord: AOfficiële websites zijn veiliger voor regels, deadlines en persoonlijke verplichtingen.
49
U heeft buiten kantooruren dringend psychische hulp nodig. Wat doet u?
A

U volgt de spoedinstructies van uw huisartsregio of belt bij direct gevaar 112.

B

U wacht maanden zonder iemand iets te vertellen.

C

U vraagt de supermarkt om een diagnose.

+Toon antwoord
Antwoord: AIn de zorg zijn er mogelijkheden voor spoed en niet-spoed.
50
U wilt na het examen beter Nederlands blijven leren. Wat is een goede gewoonte?
A

U gebruikt Nederlands bij afspraken, werk, school en in de buurt.

B

U stopt met het lezen van Nederlandse brieven.

C

U vermijdt alle gesprekken.

+Toon antwoord
Antwoord: AIntegratie gaat verder door dagelijks mee te doen.

What To Study After The Questions

If you missed healthcare questions, review huisarts, emergency care, pharmacy, health insurance and referrals. If you missed school questions, review compulsory education, parent contact, illness reporting and school advice. If you missed work questions, review contracts, illness reporting, salary, tax, cao and safe work. If you missed government questions, review municipality, provinces, elections, parliament, letters and deadlines.

Write one practical Dutch sentence for every wrong topic. Example: "Ik bel de huisarts voor een afspraak." Another example: "Ik informeer de school dat mijn kind ziek is." These sentences connect KNM knowledge with language exam practice.

Why Wrong Answers Are Useful

Every wrong KNM answer points to a missing life concept. If you miss an emergency question, review urgent versus non-urgent help. If you miss a municipality question, review registration, address records and local services. If you miss a school question, review parent responsibilities and school communication. The goal is to understand the Dutch system well enough to choose the sensible action.

Do not only write "Question 12 wrong." Write "I did not know what a cao is" or "I confused huisarts with hospital." This turns a wrong answer into a study task.

KNM Vocabulary Method

For every topic, make a 10-word list:

  • Healthcare: huisarts, apotheek, verwijzing, spoed, verzekering, recept, afspraak, assistente, klacht, koorts.
  • School: leerplicht, ziekmelden, oudergesprek, huiswerk, basisschool, middelbare school, advies, klas, leraar, rooster.
  • Work: contract, salaris, werkgever, werknemer, ziekmelden, cao, belasting, verlof, rooster, taak.
  • Municipality: gemeente, adres, inschrijven, afspraak, formulier, uittreksel, bewijs, loket, verhuizing, paspoort.
  • Housing: huur, verhuurder, contract, reparatie, sleutel, lekkage, afval, buren, klacht, betaling.

Say each word in a sentence. KNM vocabulary should not stay as a translation list.

Seven-Day KNM Review

Day 1: healthcare and emergency situations.

Day 2: school, children and education.

Day 3: work, income, contracts and tax.

Day 4: housing, municipality and official letters.

Day 5: democracy, rights, equality and government.

Day 6: transport, safety and daily practical decisions.

Day 7: retake all wrong questions and explain each topic aloud.

This review works because it repeats topics in clusters. Random questions are useful for testing. Topic clusters are better for learning.

Topic Checklist

Before taking KNM, make sure you can explain these in simple English or Dutch:

  • What a municipality does.
  • When to call 112.
  • What the huisarts does.
  • Why health insurance matters.
  • How to report a child absent from school.
  • Why employment contracts matter.
  • What taxes pay for.
  • Why deadlines in letters matter.
  • How to ask for help with forms.
  • What voting and representation mean.
  • What tenant documents are worth saving.
  • How to respond to invoices, fines and official messages.

Practice Method

Do 10 questions per day for five days. On day six, repeat only the wrong questions. On day seven, explain each wrong-topic area aloud without looking. Then use official practice material.

If you get the same topic wrong twice, do not keep answering random questions. Read the matching guide section and create vocabulary. For example, if "school" is difficult, learn school words: leerplicht, ziekmelden, oudergesprek, huiswerk, advies, basisschool and middelbare school.

Keep Studying With The Full Library

This page is part of the Learn Dutch With AI inburgering resource library. Use the resources homepage for templates and practice assets, and use the guides homepage for longer explanations of the exam, language skills, KNM, diploma planning and cultural integration.

Related resources:

Related guides:

Official Sources Used For This Resource

Use Learn Dutch With AI for explanation, practice and planning. Use official sources for the final rule, personal obligation, payment and booking check.